De hoogte van het loonbeslag

De wet bepaalt dat voor iedereen een beslagvrije voet geldt en op welke wijze deze wordt berekend. De hoogte is onder meer afhankelijk van de burgerlijke status van de schuldenaar en het eventuele inkomen van de partner. De beslagvrije voet wordt gezien als het minimum inkomen waar de schuldenaar zijn vaste lasten en levensonderhoud van moet betalen. Op dit gedeelte van het salaris kan geen beslag worden gelegd. Naast het regulier maandsalaris vallen ook vakantiegeld, bonussen en een dertiende maand onder het loonbeslag. Onkostenvergoedingen vallen buiten het loonbeslag. De schuldenaar behoudt het gedeelte dat vrij is van beslag plus eventuele onkostenvergoedingen.

De schuldenaar woont niet in Nederland
Voor schuldenaren die niet in Nederland wonen, geldt geen beslagvrije voet. De schuldenaar kan in het buitenland inkomen hebben. Wij kunnen onze normen niet overzetten naar een ander rechtstelsel. Op verzoek van de schuldenaar kan de kantonrechter een beslagvrije voet bepalen. De schuldenaar moet dan kunnen aantonen dat hij, buiten de bestaande vorderingen, onvoldoende middelen van bestaan heeft.

Halvering beslagvrije voet
Halvering van de beslagvrije voet wegens het niet voldoen aan de informatieplicht ingevolge art. 475g, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is toegestaan zolang de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan de partner.